Over onze grote angst voor afwijzing

Het is altijd even schrikken, als je wordt aangesproken op je gedrag. Als een ander iets niet leuk vindt, boos op je is, teleurgesteld blijkt of misschien erg verdrietig. Onmiddellijk ontstaat er een innerlijke verkramping. Een ‘nee’ tegen de ervaring van dit moment. Uiterlijk schieten we in de verdediging, zoeken naar argumenten voor begrip, maken het minder erg, of we gaan er boven staan, zorgen dat we niet worden geraakt. In andere gevallen gaan we in de tegenaanval en soms vallen we stil, vluchten we weg in onszelf. Zelden, zeer zelden is er een ontspannen ‘ja’. Een volledige erkenning van het feit dat we misschien iets niet goed hebben gedaan. En dat ons handelen de buitenwereld pijnlijk heeft geraakt.

Kennelijk is het ondraaglijk om op momenten ‘niet goed’ te zijn. Niet perfect, niet lief, niet attent, geen goede vader, moeder, partner, werknemer. Mag niet, zegt een stemmetje diep van binnen. En mag zeker niet veroordeeld worden. Het lijkt erop dat we de afwijzing van ons handelen, als een afwijzing van ons hele wezen ervaren. Die pijn kan voor sommigen zo groot zijn, dat ze het gevoel hebben niet te ‘mogen’ bestaan.

De reacties zijn begrijpelijk als we terugkijken naar de jeugd, waar onvoorwaardelijke liefde voor al ons handelen, noodzakelijk was om vol zelfvertrouwen op te groeien. Die onvoorwaardelijkheid was er niet altijd. Althans, die werd door het kind niet altijd zo ervaren. Er waren vele voorwaarden. Goed en aangepast gedrag werd beloond, ‘fout’ gedrag bestraft. We hebben ons vele malen pijnlijk afgewezen gevoeld. Het is die oude pijn, die telkens weer aangeraakt wordt, als wij in de huidige realiteit onhandig of onsociaal handelen en daarop aangesproken worden.

Het is een hele uitdaging
om niet te knutselen
aan de realiteit van het moment

Het heeft een behoorlijke tijd geduurd voordat ik mijn eigen onhebbelijkheden in de ogen durfde te kijken en nog vind ik het niet eenvoudig als anderen daarop reageren met boosheid of afwijzend gedrag. Het is een hele uitdaging om niet in paniek te raken als ik iets niet goed heb gedaan in de ogen van iemand die belangrijk voor me is. Om niet te willen fiksen en te knutselen aan de realiteit van het moment. Om niet de ander op mijn beurt weer te veroordelen, om niet mijn gedrag met allerlei argumenten te verklaren, of minder erg te maken. Om het niet als een noodzaak te beschouwen dat de ander mij tenminste begrijpt.

Kan ik ontspannen in het feit dat ik niet perfect ben in de zin van altijd ‘goed’? Hoeveel meer rust en ruimte zou het geven als ik mijzelf zou zien als een mens dat soms hele mooie, wijze en liefdevolle handelingen verricht en misschien wel even zo vaak onhandige, egocentrische en domme dingen doet. Een mens dat verlangt naar een leven van pure liefde en harmonie, maar niet altijd in staat is dat ten volle te leven. Kan ik rusten in dat simpele gegeven?

Je moet eerst van jezelf houden, voordat je van een ander kunt houden, is een veelgehoorde uitspraak in spirituele kringen. Ik krijg daar altijd een beetje de kriebels van. Van jezelf houden, hoe doe je dat dan? Het klinkt zo soft en zweverig. Het lijkt een uitnodiging om vooral je mooie kanten te eren. Maar gaat het er juist niet om dat je álle kanten in jezelf eert? Dat je met liefde en respect zowel je zachtheid, als je hardheid omarmt? Zowel je liefde, als je haat? Zowel je vrijgevigheid, als je egoïsme?

De realiteit is dat we niet altijd een Boeddha zijn

We doen zo ons best om die perfecte medemens te zijn. En natuurlijk is het van belang te streven naar goedheid, maar de realiteit is, dat we niet altijd een Boeddha zijn. We zijn op weg, met alle wonden die we bij ons dragen.  En dat betekent dat we soms onhandig reageren, of onredelijk boos worden. Of egocentrisch handelen. Als dat helemaal waar mag zijn, hoef je niet meer jezelf krampachtig te verdedigen, of een tegenoffensief te beginnen als iemand je op je gedrag aanspreekt. Dan kan er een ontspannen ‘ja’ zijn ten opzichte van de realiteit van het moment. Ja, dat was onattent. Ja dat was niet netjes. Ja, ik snap dat het boosheid oproept. Punt.

Hiermee respecteer je de gevoelens van de ander, je respecteert jouw eigen zijn en bovenal, je respecteert de waardevolle ruimte van in relatie zijn met een ander. Zelfs als dat onaangenaam is. Of kil voelt. Als alles mee mag doen en waar mag zijn, als je niet gaat zitten sleutelen aan jouw eigen handelen of het handelen van de ander, kan er een nieuwe ontspannen ruimte ontstaan. Een vruchtbare leerplek van waaruit je samen verder kan bewegen. Gun jezelf en de ander de vrijheid om te vallen en weer op te staan. Keer, op keer, op keer.

Wil je de blogs van Nanette graag volgen? Klik hier.
Heb je behoefte aan coaching op dit thema? Klik hier

Share this article with your friends!
Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

5 gedachten over “Over onze grote angst voor afwijzing

  1. Marij Vedder

    Dank Je Wel Nanette,
    Zowaar wat je schrijft. en die ruimte hebben om jezelf te durven en kunnen zijn in relatie met… en ook aandurven de ander te laten zijn.Ook op het moment dat het niet zo warm is maar kilte ervaart. Dat je vertrouwen kunt behouden… ook al heb je flinke ‘tikken’ in je leven ervaren , en soms nog..
    Het is zoveel meer ontspannen om ‘JA…het mag er allemaal zijn’ te durven voelen in de realiteit van dat moment. Is het dan niet heerlijk als je jezelf voldoende voelt voor wie je bent ?!

    lieve groet voor jou, Marij

    Reageren
  2. Milyacinta Karg

    Nanette, telkens weer een geschenk om jouw artikelen te lezen, voor mij
    zijn het Juweeltjes, welke ik graag uitdeel aan anderen, warme lieve dank.
    Milyacinta

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *