Kritisch in de liefde: Waar zijn de ballen?

Het is lente. De velden geuren en kleuren. Ik loop samen met een 48 jarige vrouw uit Utrecht over de kleine herderspaadjes achter mijn huis in Portugal. We zijn slechts 1,5 km van zee verwijderd en bevinden ons in een oase van rust. We passeren velden met klaprozen, hellingen met paarse en knalroze veldbloemen, ruiken de geur van wilde lavendel, tijm en anijs. De vrouw is aan het vertellen. Over een nieuwe liefde, die ze via internet heeft ontmoet.

‘Ik verlang er zo naar om de liefde voluit te leven en tegelijkertijd merk ik dat ik me inhoud. Dat ik kritisch ben. Hij wil er helemaal voor gaan. Ik twijfel. Is hij niet te lief? Te soft? Geeft hij wel genoeg tegenwicht?’ Ze is al jaren alleen, deze vrouw. Ze ziet er goed uit. Vlot, vitaal. Heeft haar werkende leven goed op de rit. Kinderen inmiddels de deur uit.

‘Herken je dit mechanisme’, vraag ik haar? ‘De neiging kritisch te zijn? Het twijfelen?’

Steevast komt er een moment dat ik me afvraag:
Waar zijn de ballen?

‘O ja’, roept ze. ‘Het is vreselijk! Mijn vriendinnen herkennen het ook. We noemen het “Het drama van de zelfstandige vrouw.” We vallen voor zachtaardige mannen, die kunnen luisteren en begrip tonen. Mannen die graag knuffelen, die lijflijkheid niet schuwen, die tantrisch willen vrijen. Het lijkt in eerste instantie zo geweldig allemaal. Maar er komt steevast een moment dat ik me afvraag: waar zijn de ballen?  Waar is het eigen initiatief?  Waarom moet ik steeds degene zijn die alles bepaalt? Ik mis tegenwicht. En zodra ik dat voel, krijg ik het benauwd en word ik kritisch. Ga ik me ergeren aan allemaal kleine dingetjes.’

‘Ik zie mijzelf verharden’, vervolgt ze. ‘Niet fijn als je dat eenmaal in de gaten hebt. Ik zie hoe ik de controle overneem, over de ander heen wals en daarmee alle potentie die er in de relatie verborgen ligt, de nek omdraai. Dat is het patroon.‘

We zijn op de top van de heuvel beland en kunnen in de verte de zee zien. Het is warm, de zon brandt op onze huid. We zoeken een plekje in de schaduw van een grote Johannesbroodboom. ‘Laten we de situatie aan beelden koppelen’, stel ik voor. ‘Je mag drie bomen uitzoeken. Eén boom moet je vriend symboliseren, één jouw zelf als je zo kritisch bent, en één jouw zelf in een onbevangen, open en nieuwsgierige staat.’

Zie kiest een amandelboom uit voor haar vriend, een olijfboom voor haar kritische zelf en een vijgenboom voor haar onbevangen zelf. ‘Leg eens uit? Vanwaar deze keuze?’
‘Die amandelboom ziet er het minst stevig uit. Hij is wat lichter en transparanter. Hij heeft ook iets hoekigs in mijn beleving, dat staat dan toch voor het mannelijke. Ik denk wel dat het een keuze is vanuit mijn kritische zelf.’

‘En de olijfboom?’ vraag ik haar. ‘Dat is mijn kritische zelf. Hij is stevig, groot, heel veel donker blad, wat ik associeer met al die kritische stemmetjes in mij. Ik vind ‘m ook dominant, deze boom.’ ‘Dus de vijg is jouw onbevangen zelf?’ stel ik vast. ‘Ja, doet me ook een beetje aan het paradijs denken. De onschuld. Zoiets.’

Terwijl we opstaan nodig ik haar uit om bij de olijfboom te gaan staan, met haar rug naar de stam. ‘Probeer jezelf helemaal te verbinden met je kritische zelf en vanuit die positie naar je vriend, de amandelboom te kijken. Wat zie je? Wat voel je?’ ‘Ik voel mij wat verheven’, antwoord ze. ‘Ik kijk een beetje op hem neer. Ik kijk naar die boom en denk: wat ben je eigenlijk iel in vergelijking met de rest. Ik kijk dwars door je heen. Je geeft amper schaduw. Wat heb ik eigenlijk aan je?’

‘Is er iets wat je van hem verlangt?’

Ik wil dat hij stevig is.
Dat ik tegen hem aan kan leunen
zonder bang te zijn dat hij omvalt

‘Ik wil dat hij stevig is. Dat ik tegen hem aan kan leunen zonder bang te zijn dat hij omvalt. Ik wil dat hij me beschermt. Dat ik klein kan zijn. Ik wil dat ik me bij hem kan ontspannen en niet steeds overal verantwoordelijk voor hoeft te zijn.’ Ik knik begrijpend. ‘Dus er is een behoefte in jou om klein te kunnen zijn en te ontspannen?’ ‘Ja.’ ‘En dat lukt niet als die ander in jouw ogen niet stevig is?’ ‘Nee. Dan lukt dat niet.’

‘Hoe is dat voor je? ‘ ‘Pijnlijk. Verdrietig. Het voelt ook leeg. En vermoeiend. Omdat ik dus maar niet kan ontspannen.’ Ik zie dat er iets aan haar houding verandert. ‘Voel je je nog steeds verheven?’ vraag ik haar. ‘Nee. Eigenlijk niet. Ik voel me klein, afhankelijk, behoeftig. Beetje wankel eigenlijk. En ook moe. Heel moe.’

Ik laat haar even staan om het gevoel volledig toe te laten. Vraag haar nog eens te benoemen wat ze ervaart en waar dat in haar lichaam voelbaar is. Ze legt haar hand op haar buik. ‘Ik voel ook verdriet’ laat ze me weten. Ze laat haar tranen de vrije loop. Ik kijk haar vriendelijk aan. ‘Dus er is een gevoel van klein, afhankelijk en behoeftig zijn, er is moeheid en daaronder zit verdriet.’ ‘Ja’, antwoordt ze met een diepe zucht. En met die zucht zie ik haar hele lichaam ontspannen. ‘Ja, zo is het’, zegt ze met een heldere stem. ‘Goh, ik wist niet dat er verdriet zat. Maar het benoemen lucht wel op. Alsof ik meer rust ervaar’.

We maken ons los van de olijfboom en lopen naar de vijgenboom. Wederom nodig ik haar uit met haar rug tegen de stam te staan en zich te verbinden met het gevoel van open en nieuwsgierig zijn. ‘In deze positie ben je geheel onbevangen. Wat voel en zie je nu?’ Ze neemt de tijd om goed te gaan staan, om te voelen wat ze ervaart en zegt dan: ‘Ik voel me zacht en open. Ik voel me ook geworteld, gek genoeg. Ik ben nieuwsgierig.’

‘En wat zie je nu als je naar de manlijke boom kijkt?’ ‘Ik zie een boom met vrolijke frisgroene blaadjes. Lichte uitstraling. Heel eigen. Zie nu ook de amandelen. Denk dat ze nog niet rijp zijn.’ ‘Verlang je iets van die boom?’ ‘Nee, ik geloof het niet.’ ‘Moet die boom anders zijn dan hij is?’ ‘Nee, helemaal niet. Hij moet vooral zichzelf zijn. Het voelt een beetje hilarisch als hij anders zou moeten zijn. Het is gewoon een amandelboom.’ En dan lachend: ‘Ben trouwens dol op amandelen. Op amandelspijs ook. En amandeldouche crème. Ha, die boom biedt verrassende mogelijkheden. Er valt nog heel wat te ontdekken.’

Terug in de schaduw van de Johannesbroodboom, uitkijkend over de blauwe zee, evalueren we oefening met de drie bomen. Deze vrouw heeft als kind koestering en veiligheid gemist. Ze heeft op kwetsbare momenten in haar jonge leven, niet kunnen leunen in een warme moederschoot. Dus koos zij er onbewust voor om maar sterk en onafhankelijk te worden. Dan hoefde zij de pijnlijke leegt, van niet gekend worden in je behoefte, maar niet te voelen.

Maar als de liefde dichtbij komt en je hart zich opent, komen ook de oude kwetsuren weer aan de oppervlakte. En zoekt het beschadigde kind, alsnog de warmte en koestering die het heeft moeten ontberen. Benader je je partner, vanuit het perspectief en de behoefte van het beschadigde kind, dan verlang je iets onmogelijks. De pijn van toen is een verloren verlies. Volwassen worden gaat over zelf die pijn dragen en niet wensen dat de ander de gaten opvult. Sta je op je eigen grond, dan kun je weer nieuwsgierig zijn en de ander werkelijk zien in wie hij is.

  • Herken jij jezelf in dit verhaal? En zou je willen dat Nanette je hierop coacht? Maak dan een afspraak via de contactpagina.
  • Wil je net als Nanette werken als natuurcoach? Lees hier meer over de opleiding Natuurcoaching van Innersteps.
  • Wil je deze coachverhalen van Nanette graag volgen? Klik hier.

.

Share this article with your friends!
Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin